WAT LEVERT HET OP?

Ron Becker | 09 maart 2017

De blogjes over de balans na 5 jaar aan de slag zijn met missional communities bij Crossroads Roterdam lokken de vraag uit: wat levert het nou op? Mensen willen gewoon weten of al dat geploeter ook oplevert dat mensen tot geloof komen.

Ik kan daar kort over zijn. We hebben een geweldige plek aan de Maas waar wij dopen. Heel fotogeniek, met de Euromast op de achtergrond. Daar dopen we ieder jaar. Maar we hebben nog nooit iemand gedoopt die via een van de missional communities tot geloof is gekomen. Voor sommigen is dat nu al een reden om niet verder te lezen.

De vraag naar wat het oplevert is terecht en onzinnig tegelijkertijd. Althans in onze context. Dat zal ik uitleggen. Eerst: wat heeft het ons opgeleverd?

1. Een hoop gedoe

Laat het maar gezegd zijn: veranderen van een gemeente die draait om de zondagse dienst naar communities die met elkaar bidden, vieren, eten, leven en werken rondom een missie is ingrijpend. Het is niets minder dan een harttransplantatie. Het was op veel gebieden organisatorisch ingewikkeld, omdat we als stelregel hebben dat wanneer mensen actief mee willen doen in missional communities draaien ze niet gehinderd moeten worden door verantwoordelijkheden en taken in andere onderdelen van de gemeente. En dus vallen er gaten in de organisatie, met name rondom de diensten. Pionieren vraagt om continue bijstellen en dat geeft onrust, zeker als je weet dat je een bepaalde richting opgaat, maar niet weet waar je uit gaat komen. Kortom een hoop gedoe en een hoop onrust.

2. Bijstellen van je zelfbeeld – voor gemeente en voorganger

We waren een kerk met een zekere reputatie. Jong, hoogopgeleid, creatief en zo. De manier waarop we diensten deden op zondag en onze activiteiten hoorden daarbij. We gingen onze – aantrekkelijke – vormen down-sizen, want onze focus was immers verschoven. Opeens werden we toch wat minder hip en aantrekkelijk – ook voor onszelf. En de klassieke graadmeter voor ‘succes’ – hoeveel mensen er in de dienst komen – begon opeens te haperen. En dat was best slikken.

Ook ik moest mezelf in mijn rol van voorganger anders gaan verstaan. Mocht ik nog de droom hebben dat deze kerk zou groeien door mijn spreekkunsten, dan kon ik daar nu afscheid van nemen. Gelukkig ging had God me daar al eerder op gewezen. Tijdens een dienst met een volle zaal, op zo’n moment waarop je als spreker wéét dat je iedereen echt geraakt hebt (oké, bijna iedereen), was het alsof de heilige Geest me influisterde: ‘En dit gaan we dus voortaan niet meer doen’. Niet dat het fout was, maar de gerichtheid op ‘het mensen raken met de preek op zondag’ zou niet meer het hoofddoel van mijn rol zijn, ook niet onbewust.

3. Goed nieuws voor de armen

Naast organisatorisch gedoe en kwijtraken van wat onbewust te belangrijk is geworden zie ik wat er ondertussen is gegroeid.

Ik zie huizen vol volwassenen en kinderen waarin mensen lachend met elkaar eten – als familie.

Ik zie young professionals die in espressobars met hun vrienden en collega’s over Jezus spreken.

Ik zie een groep uit een wijk biddend door de wijk lopen vragend naar wat God hun wil laten zien.

Ik zie een community een gebedsspreekuur in een wijkcentrum opstarten.

Ik zie dat er gevraagd wordt om bijbels door de vriendjes van de jonge moeders waar een community zich op richt.

Ik zie een community van vrouwen die een welkom is voor vrouwen met levensvragen.

Ik zie een community een boerderij verbouwen om daar jongeren in op te kunnen vangen die in gecompliceerde situaties zitten.

Ik zie communities zich toewijden aan gebed.

Ik zie dat meerdere communities letterlijk goed nieuws voor de armen zijn geworden.

En ik zie dat mensen zich gaan bekommeren om ongedocumenteerden.

En ik zie dat bij meerdere mensen het verlangen groeit.

4. Gehoorzaam aan de stem van Jezus

Wat heeft het dus opgeleverd?

Eerlijk gezegd: ik zat hier niet op te wachten. Ik heb liever een kerk waar iedereen gewoon komt om te zingen en te luisteren naar mijn preek – en ik kan daar nog een mooie theologische onderbouwing bij geven ook waarom dat goed zou zijn. Maar we hebben destijds tegen God gezegd dat we ervan baalden dat er nauwelijks meer mensen tot geloof kwamen, en hem gevraagd welke stappen we moesten zetten. Toen hij duidelijk maakte dat we communities in de stad moesten gaan bouwen, zijn we dat gaan doen. We zijn gewoon gehoorzaam geweest. Ge. Hoor. Zaam.

We ervoeren zijn uitdaging en we wisten dat we risico’s gingen nemen. Maar we hebben ondervonden dat we nergens veiliger zijn dan op de plek waar we reageren op de uitnodiging en uitdaging van Jezus. En dat daar vreugde en vrede is.

Wat levert het op? Ik geloof zelf dat de beweging van missiegemeenschappen, zoals we dat breder in Nederland zien, een infrastructuur creëert waarin er geoogst wordt wanneer de tijd daarvoor gekomen is (Galaten 6,9). Maar het enige dat echt telt is dat we gehoorzaam zijn geweest toen God ons uitdaagde.

En dat levert genoeg op. Meer dan genoeg.