5 jaar ploeteren in Crossroads: 3 leiderschapslessen

Ron Becker | 02 maart 2017

Na 5 jaar zijn we dus een gemeente geworden met 49% van de leden in missional communities. Dat was beweeglijk, kwetsbaar en vraagt nu om een duidelijke plek. Zover was ik gekomen in m’n terugblik. Ik houd niet zo van terugkijken, maar als ik het doe, doe ik het goed. Wat leverde deze ontwikkeling van 5 jaar op aan lessen die iets zeggen over mijn eigen rol als voorganger en die van de anderen om me heen. Drie lessen in leiderschap...

1. Een kerk met missional communities heeft heldere verwachtingen en structuren nodig

Het is typisch Nederlands om het op je eigen manier te willen doen en het beter te weten. Dat maakt ons ook zo leuk, maar ook zo irritant. Met missional communities is het niet anders. We hebben veel ideeën gehoord over hoe het beter moest en beter kon, al dan niet gebaseerd op kennis van zaken. We zijn best wel een chaotische kerk, maar we hebben geprobeerd hierin zo duidelijk mogelijk te zijn: ‘als je een missional community onder de vlag van Crossroads Rotterdam wilt zijn, dan zijn dit de kaders. Als je een leider bent van een missional community dan verwachten we dit van je’. Dat gaat tegen de aard van iedere hoogopgeleide, zelfbewuste, mondige, ant-iautoritaire Randstedeling in. Helemaal als er nog een verleden van botsingen met kerkelijke machtsstructuren bij komt kijken. Accountability wordt dan al snel verward met controle. Een essentiële set van waarden en verwachtingen hebben we overeind gehouden en we plukken daar inmiddels de vruchten van. High-accountability, low-control: het werkt echt.

2. Een kerk met missional communities moet flexibel zijn

Vaste en duidelijke structuren zijn nodig. Echter, we zijn continue aan het bijstellen. Situaties van mensen veranderen; trouwen, kinderen krijgen, nog meer kinderen krijgen, promotie, verhuizingen, noem maar op. Missional communities groeien, bereiken mensen en komen nieuwe dingen tegen. Duidelijkheid in visie, snelheid, wendbaarheid en daadkracht verschillen per community. We hebben geen spijt dat we in het begin stevige kaders en criteria hebben gehanteerd, maar nu we een aantal jaren bezig zijn hebben we dit tot het hoogstnoodzakelijke kunnen terugbrengen. Het maakte dat het allemaal traag ging, maar het heeft wel opgeleverd dat we ver gekomen zijn.

3. Een kerk met missional communities vraagt een betrokken leiderschapscultuur

Vanuit het leiderschapsteam (LT) hebben we altijd een stimulerende rol willen spelen. Het leek ons echter onmogelijk om én onderdeel te zijn van een missional community én onderdeel te zijn van het LT dat een beweging van missional communities probeert op gang te krijgen. Het gevolg was echter dat er altijd wrijving bestond tussen community-leiders en het LT. Juist omdat community-leiders de voorhoede vormde, de pioniers, hadden zij behoefte aan leiders die vooropgingen en meededen. Dat konden we echter niet waarmaken en werden we de facto een bestuur op afstand.

Toen hebben we iets veranderd: bij onszelf als leiders. We hebben onze vergadercultuur omgegooid, zodat er tijd vrijkwam om actief betrokken te zijn bij een missional community. Ook al staan niet alle LT-leden tot aan de enkels in de modder, het helpt wel als de modderspatten bij hen te zien zijn. Je kunt geen leidinggeven aan een kerk met missional communities als je niet zelf bereid bent actief mee te doen en er dicht bij betrokken te zijn. Je kunt geen cultuur van discipelschap creëren als je niet bereid bent om zelf in mensen te investeren en mee te laten kijken in je eigen leven.

We hebben daarin nog veel te leren, maar we merken wel dat er meer begrip over en weer is. Er is een duidelijk besef dat we dit met elkaar doen.

Zomaar wat lessen over de eerste vijf jaar. Het was ruig, maar we willen niet terug naar hoe we vroeger kerk deden. Daarvoor hebben we God te veel aan het werk gezien. En de Rotterdamse wapenspreuk is niet voor niets: ‘Sterker door strijd’.